4 eieren
125 gr fijne kristalsuiker
80 gr bloem
50 gr maizena
boter voor de vorm |
Omdat er geen vetten in biscuitbeslag zit, is het een vrij droog gebak. Dit beslag wordt vaak gevuld of versierd met slagroom, fruit, likeur, noten… Een rolbiscuit gevuld met confituur of boterroom is een echte klassieker, maar het oprollen zonder dat de biscuit breekt, vergt toch enige oefeningen.
Als het biscuitbeslag gemaakt is, moet het onmiddellijk in de oven, anders zakt het deeg in.
Laat de biscuit na de baktijd afkoelen door het deurtje van de oven te openen, maar de biscuit nog even in de oven te laten staan.
Zo vermijd je een te grote temperatuurverandering.
Door bakpapier te gebruiken, kun je de biscuit gemakkelijk van de bakplaat of uit de vorm halen. Bak biscuit zeker niet te lang, anders wordt die te droog. Verwarm de oven voor op 200 graden.
Klop de eieren met de suiker tot een schuimige massa. Dit duurt al vlug 10 minuten dus een mixer is wel aanbevolen, of je wil graag aan sport doen!
Zeef de bloem en de maizena eerst in een andere kom en spatel de bloem dan door het beslag.
Schep het beslag onmiddellijk in een ingevette en met bloem bestrooide bakvorm of bakplaat met bakpapier.
Bak de biscuit in een springvorm van 24 cm doorsnede gedurende 8 minuten in de voorverwarmde oven. Laat de taart eerst kort afkoelen in de vorm en laat hem dan volledig afkoelen op een rooster. |